|
Stoned & fifty Historisch dus. Het zou wat. In Brugge is alles historisch. Wij gaan thuis al zo behoedzaam met het verleden om dat we zelfs geen oud brood meer durven weggooien. Het is trouwens ook verboden - officieel om de eenden uit te hongeren - maar dit terzijde. En legendarisch, tja. Een beetje legende wordt van generatie op generatie overgeleverd. De Lastige Bruggeling is alleen echt bekend bij een generatie Bruggelingen die nu vijftig is en toen niet hele dagen stoned rondliep. De kans dat iemand het nieuwe met het oude blad verwart, is dus nihil. Geen seks, geen bisschop Ik ben iets te jong om De Lastige Bruggeling gekend te hebben en zat me suf te piekeren waar ik nog enkele exemplaren van dat historische blad op de kop zou kunnen tikken -de leeszaal van de Biekorf, het 'Salon van de antiquairs'? - toen een onwaarschijnlijk toeval een stapeltje in de bus deed ploffen (archief A. Calmeyn). En wat blijkt? De Lastige Bruggeling was vooral een kind van zijn tijd, zodat je van sommige onderwerpen de relevantie nu niet meer kunt inschatten. Of kon het toen echt iemand iets schelen wat het bisdom Brugge over seks dacht? Zonder seks was er zelfs geen Brugse bisschop geweest en daarmee wordt geen opschortende voorwaarde bij de wijding bedoeld. Lekker, brandnetelsoep! Als we aardig zijn, kunnen we zeggen dat De Lastige Bruggeling een leemte vulde, een leemte die er nu helaas opnieuw is. Als we eerlijk zijn, moeten we echter zeggen dat het dwangmatig links was, humorloos en dit alles opgediend in het 'kritiese aksie'-taaltje van toen. Ziehier de intellectuele erfenis van Fossaert: maandelijks scherpstellen op de kuiperijen van het patronaat, welwillende aandacht voor onze gedetineerde medemens en nu en dan een recept voor brandnetelsoep. Nu ja, het was tenslotte crisis. Anonimiteit mag, mag niet, mag wel, mag niet... Wie De Lastige Bruggeling nieuw leven wil inblazen, begint dus eigenlijk gehandicapt aan de race. Fossaert heeft in principe nochtans gelijk als hij vindt dat zoiets niet kan. Principes hebben echter een vervaldatum, zo blijkt na lezing van zeven onvolledige jaargangen. Mijn stapeltje van De Lastige Bruggeling telt een veertigtal nummers en nergens vind je een naam van een medewerker. Dat was blijkbaar een bewuste keuze. Ze wensten immers geen personencultus en wilden op de inhoud worden afgerekend. Voor mij is dat goed genoeg, maar hoe zit dat voor de intellectuele erfgenaam? En zou Fossaert toen ook hoofdredacteur geweest zijn? De Fossaert die nu altijd een vermanend vingertje opsteekt tegen anonimiteit of als hij ergens een pseudoniem vermoedt? Tiens. Een historisch telefoonnummer! Het is twijfelachtig of de rechtbank veel belang zal hechten aan die 'intellectuele rechten'. Dat klinkt wel goed, maar hopelijk moet het niet maskeren dat de naam nooit werd geregistreerd. Wat denkt u: zouden ze dat gedaan hebben, zouden ze zo 'kommersjieel' geweest zijn? En contact opnemen met de verantwoordelijken, tja, hoe doe je dat als die anoniem door het leven gingen? Mijn stapeltje vermeldt drie verschillende verantwoordelijke uitgevers, maar je zal het altijd zien dat net een vierde onbekende het licht uitdeed. Er werd toen wel een een telefoonnummer van de Cactus vermeld dat vandaag nog altijd bestaat. Meer dan twintig jaar later! Dat moet een historisch nummer zijn. Is dit de rij voor klachten tegen het Groene Gordelfront? Persoonlijk zou ik Fossaert afraden gerechtelijke stappen te ondernemen. Uit bezorgdheid. Echt. Kijk, als je een blad maakt, krijg je vroeg of laat wel woorden met iemand. Dat kan een voormalige drukker zijn, een misnoegde fotograaf of een ziedende columnist, maar laat het daar dan bij blijven. Hommeles is één zaak, maar als de verongelijkte een beetje procesziek is, mag je je drukproeven corrigeren in de beklaagdenbank om je deadline te halen. Gebeurt dat niet, des te beter. Kus dan je beide handjes en schrijf eens iets wat de moeite is. Maar start in hemelsnaam geen procedure over een blad dat al dubbel zo lang vergeten is als het ooit heeft bestaan. Het wordt trouwens dringen om zelfs maar te mógen procederen tegen dat Groene Gordelfront, want de advocaat van Fabricom dreigde destijds ook al met een klacht wegens laster. Midlifecrisis Het kan toch raar lopen in het leven. Aan de ene kant noem je jezelf de intellectuele erfgenaam van een blad dat in je jonge jaren ageerde tegen Bayer-Rickman, Philips of andere verwerpelijke industriëlen. En aan de andere kant ben je ondertussen een objectieve bondgenoot van de industrie omdat je een gemeenschappelijke vijand hebt: een actiegroepje dat je voor de voeten loopt. Zou dat die midlifecrisis zijn waarover zoveel te doen is? De grote verzoening Ten slotte, de EXit-strategie. Mevrouw Egidius suggereert een elegante oplossing waar alle partijen gelukkig mee kunnen zijn. Ze stelt voor om het initiatief van het Groene Gordelfront te actualiseren en een naam te nemen die beter past in deze tijden van het Internet: De Lastige Brugge-link. Oké, het is niet echt origineel, maar je hoeft tenminste geen juridische intimidatie te vrezen. En je kunt er zelfs een ondertitel bij zetten: Het Brugs Andersblad , Dwars Voor Brugge' of zoiets. (noot: deze ondertitels zijn niet geregistreerd of intellectueel belast) Want er kwamen andere tijden… Ja, dit nog: ere wie ere toekomt. De Lastige Bruggeling was wars van reclame, haalde geregeld uit naar journalisten die zich met cadeautjes en plezierreisjes lieten paaien en had geen goed woord over voor een blad dat constant bij de burgemeester op de schoot ging zitten. Het is een teken van hun succes dat die tijden al ver achter ons liggen. Gelukkig maar.
Breed Brugs Front
Het zal vast allemaal wel iets uitgehaald hebben, maar het schrijnende is dat een aantal oude foto's vaak niet meer zijn dan dat : oude foto's. Sommige verkeerstoestanden bestaan nog altijd. Wie echt impact wil hebben met wat hij schrijft, schrijft beter chantagebrieven. Minder werk, meer resultaat.
In de lezersbrieven werd zo vaak over de brutaliteit van de politie geklaagd, dat je hoopt dat die tenminste altijd dezelfde man onterecht aanhielden, fouilleerden, mishandelden en in de cel gooiden. Anders moet het hier indertijd onleefbaar geweest zijn. Eén vijfde van de lezersbrieven was blijkbaar gereserveerd voor een 'recht van antwoord' van Dries Van den Abeele. Het is jammer dat die 'rechten van antwoord' nog niet in zijn on-linebibliografie zijn opgenomen.
Het progressieve lingo (lesbies perskommunikee, kapitalistiese gedragsnormering) werkt nu zo snel op de heupen dat je je afvraagt hoe ze er destijds mee weggeraakten en heel wat clichés bleken toen al in omloop : het tuingebeuren, de betere film, verkrijgbaar in elke goede boekhandel. Ik turfde zelfs een paar keer 'laten we elkaar geen Liesbet(h) noemen', een uitdrukking die volgens mij maar door twee mensen gebruikt werd in Brugge. Ze hebben de journalistiek ondertussen trouwens al een tijdje verlaten.
Nu en dan stond er nog eens iemand stil bij Jotie 'T Hooft, een lokale dichter die zijn kamer zwart liet schilderen en later aan een overdosis bezweek. Hadden ze toen al dienstencheques gekend, was hij misschien nog onder ons. Tragisch.
De vormgeving was misschien wel typisch voor de stencilgeneratie, maar er moeten toen toch ook mensen geweest zijn die baalden van die handgeschreven toevoegingen ? Van de tweede helft van een brief op pagina vier die eigenlijk het vervolg was van een brief op pagina negentien ? Of zaten ze toen allemaal aan de drugs ?
Het waren, kortom, bewogen tijden. Wie kan er wat op tegen hebben dat het Groene Gordelfront nu met een nieuwe Lastige Bruggeling wil uitpakken ? Misschien is de tijd zelfs rijp voor een breed Brugs front dat de lokale politieke belangen cultureel vertaald krijgt.
Egidus
Reageer hier op dit artikel. Lees uw bijdrage in ons forum (rechts)
Moon Art Gallery, 22 december 2003
| |||||||||||