
Zo werd het concert aangekondigd: "Het Joris Teepe Quartet gaat ondertussen al meer dan twintig jaar door het leven en wisselde zeer regelmatig van bezetting. Deze maal bestaat het uit de Amerikanen Alex Sipiagin op trompet, Dave Kikoski op piano en Gene Jackson op drums." (Lees meer: De Werf)
MAG over dit concert:
Een stofwolkje zorgde er gisteravond voor dat de hierboven vermelde bezetting enigszins gewijzigd moest worden. Wat Joris Teepe betreft was er geen probleem: hij houdt zich al enkele maanden in Nederland op, waar hij concerten gaf met muzikanten als Mark Gross, Udo van Boven, Terence Goss, Vinsent Planjer, Rembrandt Frerichs, enz. Ook trompettist Alex Sipiagin was al naar Nederland afgezakt, waar hij volgende week een masterclass geeft aan het Prins Claus Conserva-torium in Groningen. Pianist Dave Kikoski en drummer Gene Jackson werden vervangen door resp. Jasper Soffers en Erik Kooger.
Joris Teepe is een Hagenaar die begin jaren negentig naar New York verhuisde en daar naam maakte als contrabassist naast grootheden als Randy Brecker, Benny Golson, John Abercrombie, Rashied Ali e.v.a. Hij heeft ondertussen al negen cd's op zijn naam staan, waarvan enkele met zijn kwartet in verschillende bezettingen. Ook Alex Sipiagin, een Rus, emigreerde in die periode naar New York, waar ze elkaar al snel leerden kennen. Samen met Dave Kikoski en Gene Jackson vormden ze er het Joris Teepe Quartet, maar door de aanstellerij van Eyjafjalla Joekull konden deze twee laatsten gisteren niet naar Europa vliegen.
Teleurstelling alom bij sommige vaste bezoekers van De Werf, maar ik denk niet dat ze ontrevreden naar huis gegaan zijn, want Soffers en Kooger waren sublieme depanneurs. Ze maakten deel uit van een trio waarmee Teepe geregeld de boer opgaat, en waren dan ook goed op elkaar ingespeeld. Soffers is de vaste pianist van het Metropole Orchestra en Kooger is bekend van zijn eigen band Cry Baby en van het Michiel Borstlap Trio. Hij toonde zich gisteravond een van de vertegenwoordigers van de Dutch Swing, een energieke drumstijl, kenmerkend voor heel wat Nederlandse drummers.
Joris Teepe vertelde dat hij niet alleen contrabassist was, maar ook componist en arrangeur. Hij had al twee symfonieën geschreven en was leider van een eigen Big Band. In juni gaat zijn The Hague Suite in première op het jazzfestival van Den Haag. We kregen composities van hem en van Alex Sipiagin (Sasha voor de vrienden) op het menu, zoals What Do You Think of Love, Spider's Web en de ballad Smell Fire Big Flames.
Voor het eerst werd in De Werf ook geëxperimenteerd met videobeelden, opnames die Geert Vandewalle rechtstreeks maakte en liet afspelen op een groot scherm achter de muzikanten. Tijdens de pauze was dit experiment talk of the street in De Werfstraat, waar de rokers samentroepen en indrukken uitwisselen. Sommigen vonden dat de beelden de aandacht te veel afleidden, anderen maakten (niet zonder ironie) gewag van suggestieve porno. Vandewalle ging namelijk heel creatief met zijn captatie om: hij splitse de beelden en plaatste ze in spiegelbeeld, waardoor de vingers van de contrabassist (volgens sommige dirty minds toch) een poppenkast van copulerende paartjes voorstelden.
Na de pauze werd ingezet met Workaholic, een titel die volgens Teepe perfect bij hem paste. Bijna twintig jaar geleden was hij naar New York getrokken, waar hij gestimuleerd werd door de vele uitstekende muzikanten die hij er leerde kennen en die hem ook bijbrachten dat je alleen door veel en hard te werken kunt opvallen in de jazzwereld. "Gelukkig vind ik het ook hartstikke leuk om hard te werken", zei hij. Een ander werk heette Truth & Consequenses, volgens Teepe de naam van een plaats in New Mexico, waar hij weleens naartoe moest voor concerten met de vorig jaar overleden avant-gardedrummer Rashied Ali. If I were a bell droeg hij dan op aan een andere legendarische muzikant met wie hij geregeld samengewerkt: saxofonist Benny Golson.
Het werd een schitterend concert. Op geen enkel ogenblik hadden we het gevoel dat we met invallers te maken hebben. Zowel Jasper Soffers als Erik Kooger profileerden zich als revelaties, ook als solisten, al was het wel trompettist Alex Sipiagin die het meeste indruk maakte, ook al omdat de meeste composities zijn melodielijn moesten volgen.
(KV, 180410)
|