
Cinema Novo focust dit jaar op Turkije met elf films. Maar ook het randprogramma geurt naar kumpir en kebab, met twee fototentoonstellingen (in Novotel en Fnac), lezingen over Turkse cinema en over feminisme in de Turkse roman, wervelende derwisjen, en een concert met Tri A Tolia van zangeres Melike Tarhan. Nog niet zo heel lang geleden, in november, trad het trio op in De Patio, het opvangcentrum voor asielzoekers in de Vlamingstraat. Het was een heel mooi concert, op uitnodiging van het Cultuurcentrum. Eigenlijk was het bedoeld als foyerconcert, maar De Patio, op honderd meter van de Stadsschouwburg, leek voor de organisatoren een geschiktere locatie voor dit Turkse feestje. Komende dinsdag (9 maart) doet Tri A Tolia het concert nog eens over in De Werf.
Een foyerconcert in het opvangcentrum De Patio, het is eens iets anders. Het vond plaats in de kelder, een vrij ongezellige ruimte met een houten gewelf en een stroboscoop in het midden, wellicht de kantine van de vluchtelingen en asielzoekers die er verblijven. Ze waren met niet velen gisteravond. De meeste bezoekers waren Bruggelingen. Een Turkse stem, een qanun (Arabische schootharp) en een cello: meer was er niet nodig om er een feestje van te maken.
Geen uitbundig feestje evenwel. Tri A Tolia bracht vooral ingetogen liederen over de liefde, geïnspireerd door het personage Zumurrude uit het sprookje Duizend en één nacht, dat evenwel geen prinses was, zoals zangeres Melike Tarhan zei, maar een slavin. Niet dat het er veel toe deed. Het trio liet ons een uurlang genieten van mooie poëtische beschouwingen rond de liefde, in het Turks gezongen, maar tussendoor verklaard in het Engels en het Nederlands.
"Deze nacht wil ik verdwalen om mezelf te ontmoeten", "Nu pas merk ik dat we bang zijn van de liefde", "Verdriet kan soms zo mooi zijn dat je er een geluksgevoel bij krijgt", het zijn maar enkele zinnen uit het rijke repertoire van Tri A Tolia, waarbij de weemoed versterkt werd door trage glissando's op de cello en het magische gepluk aan de snaren van de qanun, een voorloper van de harp. Soms werd er wat percussie aan toegevoegd door gebonk op de cello, wat door sommige bezoekers geïnterpreteerd werd als een uitnodiging om mee te klappen in de handen, waardoor het ritme uit de hand dreigde te lopen. Maar deze muzikanten waren duidelijk professioneel genoeg om dat niet te laten gebeuren.
De meeste liederen werden geschreven door qanunspeler Osama Abdulrasol, de Irakese echtgenoot van de zangeres, die de teksten voor haar rekening nam. De titeltrack is onrechtstreeks ook een ode aan hun dochtertje dat dezelfde naam draagt. Dat liefde ook pijnlijk kan zijn werd benadrukt door de soms klagende stem van de zangeres, geruggen-steund door de treurende cello en het virtuose qanunspel. Af en toe kregen we ook traditionals te horen, over zeelui die lange tijd weg zijn en zo de liefde moeten ontberen (een thema dat ook vaak aan bod komt in de Vlaamse volksmuziek), of een zeventiende-eeuws lied van Teslim Abdal, waarin de liefde op verkilde wijze een mystieke bijklank krijgt.
Op het einde van het concert ging het er wel wat vrolijker aan toe, met Yéni Yéni. Toen het afgelopen was, kwam zangeres Melike zelfs helemaal op dreef. "U kunt ons altijd boeken voor een avond vol liefde", zei ze, waarna ze in een lach schoot en vervolgens wat grapjes maakte over haar begeleiders: haar Irakese man en Lode Vercampt uit Afghanistan bij Tielt.
(EWF, 281109)
|