Zo werd de voorstelling aangekon-digd: "De Wervelende Derwisjen uit Konya brengen mystieke muziek en dans. Vaak worden derwis-jen afgedaan als een folkloristische traditie, maar de dans en muziek dragen een veel diepere, religieuze betekenis." (Lees meer: Cultuurcentrum)
MAG over deze voorstelling:
De wervelende derwisjen van Konya staan, net als de Heilig Bloedpro-cessie en het carnaval van Binche, op de lijst van meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid, samengesteld door de Unesco, wat zoveel betekent als een must om minstens één keer in je leven mee te maken. We hadden er geen idee van wat het gisteravond zou worden, al wisten we natuurlijk wel dat het om mannen in opwaaie-rende jurken ging, die rondtollend een soort trance nastreven die hen, volgens hun geloof, dichter bij God brengt. Het gaat om een ritueel dat in de dertiende eeuw bedacht werd door de soefidichter Jalal ad-Din Rumi, bijgenaamd Mevlana, en sindsdien is blijven bestaan.
Je kunt je natuurlijk afvragen of het wel gepast is om met degelijke religieuze rituelen op tournee te gaan, en ze in theater- of concertzalen te brengen, en of de derwisjen hierdoor hun godsdienst niet banaliseren. Maar goed, denk je dan, eigenlijk is dat vooral hun probleem, en blijkbaar zien ze er geen graten in, anders stonden ze gisteravond niet op de scène van de Stadsschouwburg te tollen.
Voor ze gisteravond opkwamen vroeg de geest van Allah ons, met de stem van Sonia Debal, om niet te applaudisseren tussen de stukken door, omdat het ritueel nogal wat concentratie vergt. Een ietwat overbodige vraag, want het eerste deel duurde veertig minuten zonder oponthoud, en het tweede vijftig minuten aan één stuk.
In het eerste deel kregen we alleen soefigezangen te horen. Elf muzikanten (zes zangers en vijf instrumentalisten) brachten oosterse elegieën en zuchtgezangen waarin we af en toe Allah herkenden en nagebootste dierengeluiden, maar voor de rest konden we uiteraard niets verstaan van de teksten.
In het tweede deel, kwamen de vier derwisjen erbij, onder leiding van een postnisin, Fahri Özcakil, een soort ceremoniemeester die geregeld duidelijk maakte dat hij hiërarchisch een trapje hoger stond dan de anderen. Wat we te zien kregen was evenwel veel minder spectaculair dan we verwacht hadden, ook al omdat op de foto's die deze voorstelling aankondigden veel meer derwisjen te zien zijn.
Zowel de muzikanten als de dansers hadden een hoge muts opgezet, behalve de postnisin (die een kleinere muts droeg). Het grootste deel bestond uit begroetingsrituelen (buigen naar elkaar), slechts af en toe werd er getold, nooit heel lang, hoogstens vijf minuten en dan waren ze aan wat rust toe. Het lijkt me echt wel onwaarschijnlijk dat de derwisjen hierdoor in extase of in trance geraakten, al kan ik me wel voorstellen dat je na vijf minuten tollen serieus dronken wordt. Ze wankelden evenwel niet na zo'n tolbeurt, blijkbaar zijn ze dat gewend.
Hoewel ze elkaar om de haverklap begroetten, zat een groet voor het publiek er niet in tijdens het applaus na de voorstelling, kwestie van duidelijk te maken dat het ze écht wel om het ritueel te doen was en niet om het succes.
(MBJ, 200110) |