
Troy von Balthazar was in de jaren negentig de zanger van Chokebore, een Hawaïaans groepje waar we nog nooit van gehoord hebben (of dat we allang vergeten zijn). Nu gaat hij al enkele jaren de boer op onder zijn eigen naam. Gisteravond speelde hij in de Magdalenazaal.
Troy von Balthazar heeft de uitstraling van een mormoon : zo'n klassiek getooid Amerikaantje met een grijze broek, een wit hemd en een saaie Moenaert-plastron, niet meteen iemand die je in het rockmilieu zou situeren. "Do you want loud or quiet music?" vroeg hij toen hij opkwam. Loud was het antwoord. Niet dat het veel uitmaakte. Hij begon meteen zijn gitaar te ontwrichten, bediende zich voetsgewijs van enkele knoppendoosjes en showde voor een eerste keer de kunstjes die hij in de loop van de avond enkele keren zou herhalen, inclusief een mislukte salto, wat smoelwerk à la André Van Duyn en veel theatraal gedoe uit de patronaatsstal. Daar gaan we weer, dachten we. Maar het werd een goed, wat zeggen we, een schitterend concert dat aaneenhing van dissonante gitaarklanken, waarop hij zijn naar de keel grijpende teksten uitspuwde en soms ook heel mooi zong. Even later kwam gitariste Adeline Fargier erbij ("My wife", zei hij) en nog later drummer Jerôme ("My husband"). Zijn humor beviel ons veel minder. "Can I ask you a personal question?" vroeg hij iemand in de zaal. "Can I have all your candy?". Dat soort ongein. "When I was three years old, I recorded my first album. Now, sixty years later, I released it." Midden het concert dook hij in de zaal, maakte een salto en kroop tussen en onder de tafeltjes door om dan weer op scène te springen. Maar zijn muziek mocht er zijn. Songs als I block the sunlight out, Took some money, Enemies, I want you to want me… Mooie duetten ook met Adeline (die eigenlijk niet kan zingen, maar dat deed er niet toe). Troy eindigde zijn set met enkele noten uit While my guitar gently weeps van Georges Harrison. Als bis zette hij een bunnykopje op zijn hoofd en begon wat idioot te huppelen op muziek uit de jaren dertig. Wat hij daarna deed (o.m. A song about man's genitals) was er eigenlijk te veel aan. Het was goed geweest. (Elvis W. Floyd) |