Binnen 300 jaar zal Musica Antiqua vermoedelijk Brugse rock uit de tweede helft van de twintigste eeuw programmeren. Oude muziek uit lang vervlogen tijden. Men zal Raymond van het Groenewoud herontdekken, Elisa Waut, Piet Focroul, Peter Slabbynck, Grazz, en in de Sint-Gilliskerk zullen de gospels van Anne Clicteur te horen zijn. In de Reyelandtzaal zullen vijf jonge snaken het repertoire van De Lama's proberen te reconstrueren en zal er na afloop een hele discussie ontstaan over de authenticiteit van de kleding van Lolita Lama.
Voorlopig is het nog zover niet. Rock werd in 2004 vijftig, Brugse rock zal dus wel vijf à tien jaar jonger zijn. In de jaren vijftig luisterde men in deze stad naar Roger Danneels, In de jukeboxen van toen geen spoor van Elvis Presley. De Wurlitzers en Rock-Ola's van toen hielden het bij Francis Bay ('Tequila'), Ray Franky ('Bittere tranen'), Louis Prima ('Buena sera') of Caterina Valente ('Melodie d'Amour'). In Antwerpen brachten Jack Sels, Charlie Knegtel, Marcel Bossut en andere jazzmuzikanten een perfect doorslagje van Bill Haley & His Comets, in Brugge was het Tony Serlet die de rock-'n-roll op bals en feestjes introduceerde.
DE JAREN ZESTIG
In de jaren zestig drong, naast de jojo en de hoelahoep, de rock-'n-roll pas echt door in deze stad. De Bruggelingen leerden de muziek kennen via punten die ze in de kartonnen doosjes van het smeerkaasmerk Kraft vonden. De eerste groep die vanuit Brugge opereerde en succes had was Ricky Morvan & The Fens. Ze speelden op kermisbals en 's zomers op de zeedijk. Andere groepen die in de jaren zestig behoorlijk boerden waren The Sparklets (van Johannes Schaeverbeke), The Ricky's (van Ghislain Slingeneyer), The Beatniks (van Alex en Boris Erauw) en The Black Boys. Deze laatste groep was eigenlijk The Fens zonder Ricky Morvan. Het succes van de single 'Hey Lily' was de man zodanig naar het hoofd gestegen dat zijn muzikanten hem eruit bonjourden. Ghislain Slingeneyer werd later producer van elpees/cd's van onder meer Bert De Coninck, Marjan Debaene en The White House Band. In de zomer van 2004 speelt hij in het orkest van Rob De Nijs in Het Witte Paard in Blankenberge. Zijn zoon Steve is thans drummer bij Soulwax (van de gebroeders Dewaele).
DE JAREN ZEVENTIG
In de Brugse rockgeschiedenis van de jaren zeventig duiken ook Johannes Schaeverbeke en Alex Erauw op. De laatste bij Braincancer en Pluto, Schaeverbeke bij Quo Vadis. De roots van veel Brugse rockmuziek van vandaag ligt duidelijk in de jaren zeventig. Die beperkte zich toen tot drie kampen : de rechtvoorderaapse rock van St. James, de symfonische rock van Quo Vadis en Velvet Morning en de pop van The Avenue en Breathless, Met de opkomst van de punk kwam daar in 1978 The Bungalows bij, Red Zebra zeg maar.
Naast Quo Vadis was ook Second Life niet vies van bombast. Dertig jaar later erfde zanger Dirk Daneels' zoon Robin de naam van de groep. Uit Quo Vadis is Sfunks ontstaan, later Crapule de Luxe. Namen als Kries Roose en Eric Neels duiken thans nog geregeld op in muziekkringen, al heeft de rock voor deze laatste al een hele tijd plaats geruimd voor jazz. Van St. James blijft vooral Noël Van Oyen actief (thans bij Skov). Hitparadewerk zat er voor de Brugse groepen meestal niet in. In de jaren zeventig scoorde alleen Charles Dumolin goed met zijn Lester & Denwood.
DE JAREN TACHTIG
De jaren tachtig waren de jaren van de punk en de new wave. Uit Red Zebra zijn toen The Boy Wonders en His Royal Fume ontstaan. Na de split van The Boy Wonders en Abattoir werd The Brilliant Drumheads opgericht. Begin jaren tachtig duikt ook Paul Landau voor het eerst op, zij het als Paul Verplancke, bassist bij Père Allergique. Deze groep is ontstaan uit UXB en zal later Koudvuur heten. Zonder Paul Verplancke weliswaar, want die bast dan al bij Chacok Twice om later solo de wereld te veroveren of niet te veroveren. In die periode duikt ook voor het eerst de naam Vincent Pierins op, eerst als 'vervanger' bij veel Brugse groepen, later als bassist van Hideaway, nog later als fully gerespecteerd muzikant, zowel in artisitieke als commerciële projecten, van Raymond van het Groenewoud, over Clouseau, Jan Leyers, Novastar, K's Choice, Zap Mama tot zelfs K3 en de Ketnetband.
Andere groepen die in de jaren tachtig wel eens switchten van rock over punk naar new wave in beide richtingen waren : At last, Fizik, Foster Parents, Panique Catholique, Sponky Business, The Primes, Q-bic en Rasbabba. Na de eerste split van St. James in 1979 kwam de groep eerst op de proppen met vrolijke hitparademuziek (Ivy & The Teachers), maar bleek die formule niet te werken. Drummer Jean-Marie Peire en zangeres Ingrid Vonck vonden van wel. Ze zochten andere muzikanten en richtten Beauty & The Beasts op. Het werd een flop. Noël Van Oyen en Chris Claeys probeerden het met funk (Sprouts Utd.), maar ook die groep kwam niet echt van de grond. Noël probeerde het dan een tijdje bij Pico Bello, tot besloten werd St. James herop te richten. Die hield stand van 1984 tot 1988. St. James begeleidde Elvin op zijn enige single. Daarna werd Babytalk opgericht, met als zangeres Kate (van Acid).
De jaren tachtig waren ook de jaren van de hardrock en de heavy metal. Acid was een monument. Maar ook een groep als Bad Lizard deed het lang niet slecht. Voor blues moest je bij Hideaway zijn, of bij Big Fat Mama, met Jan Vermeersch, die eerder bij Cerceuil zong en later furore zou gaan maken als Edje Ska. Voor melodische pop moest je bij De Prutsers, Confidence Man, Blond of Cly-An zijn, de groep van Anne Clicteur en Geeraard De Groote (een naam die in de jaren zeventig al opdook bij Breathless en Velvet Morning). Met No debt zette Marbles de basis voor zijn Legal Suffering in de jaren negentig.
Raymond van het Groenewoud kwam in Brugge wonen en speelde er voor de fun met Perro om dezelfde muzikanten even later in zijn begeleidingsgroep op te nemen. Hij leerde hier Elsje Helewaut van Elisa Waut kennen, met wie hij 'Sailors don't cry' opnam. Hij werd ook bevriend met Phil Graveyard en nam zijn compositie 'Toujours 'l Amour' op. Een andere opmerkelijke zanger uit die tijd was Piet Focroul van Seed & Sower, die later weer zou opduiken bij After All, een crossovergroep (ontstaan 1988) die de jaren negentig zou beheersen en thans nog steeds actief is.
DE JAREN NEGENTIG
Voor hij bij After All ging zingen, deed Focroul dat een tijdje bij Split Window, en zo zijn we in de jaren negentig beland, de zoveelste poging van Noël Van Oyen om de wereld te veroveren. Het is ironisch bedoeld, maar veel Brugse muzikanten hebben er ooit van gedroomd. Veel grote Brugse groepen hebben de jaren negentig evenwel niet opgeleverd. After All werd beroemder in het buitenland dan in Brugge, Flatcat werd een van de bekendste Belgische punkbands, Peter Slabbynck scoorde nog maar eens met De Lama's en keerde terug met Red Zebra, Maar de belangrijkste Brugse muzikanten van de jaren negentig waren ongetwijfeld TLP en Grazzhoppa, samen Rhyme Cut Core.
De jaren negentig kenmerkten zich door een veelheid aan stijlen. Zo had je (naast de reeds genoemde groepen) metalbands als Cowboys & Aliens en Denizen, de elektronische rock van Flintology en Soulsonic, de punk van The Mean Season en SFP, de hardcore van Chronic Disease, de new wave van The Dead Poets, de gothic van Foetal Void, de folkrock van Kick'em'Jenny, de progrock van Meadow…
Vooral de doorbraak van de elektronica en de hiphop zorgde voor een kleine revolutie . Rhyme Cut Core inspireerde heel wat Belgische groepen, ook Brugse. Last X-A Cution bijvoorbeeld, en Binks. Maar ook DJ's als Basic, Flip, Tweet, Six AM en nog vele anderen (onbegonnen werk ze allemaal op te sommen!). In die context past misschien ook de vermelding van de groep Legal Suffering.
De blues bleef verder leven met Hideaway, The Alley Gators, The Chumps en Chile Con Carne. Heel wat muzikanten begonnen hun brood te verdienen met hun muziek en vormden groepjes als Catcher in the Rye, Jazzylipsy, Rhythm Deep, e.a. Maar ook veel amateurs gingen voor de fun de covertour op : Central Station, Daf Rekening, de Nadia Kremer Band, Main Street, JC Wolf, Johnny Champ & The Chimps, de Tembers, In Between, e.a. Andere groepen brachten liever eigen materiaal : The Bridge, Gilbert Isbin Group, Purge, That's It, Mote, de portables e.a.
In Brugge heeft steeds het gevoel overheerst dat het vanuit de hoofdstad van West-Vlaanderen veel moeilijker was om door te breken dan vanuit Gent, Brussel of Antwerpen. Daardoor ging heel wat songmateriaal verloren. Om daaraan te verhelpen ging Peter Slabbynck begin jaren negentig van start met de cassettereeks 'No songs to waste', met compositorische hoogtepunten uit de Brugse rockgeschiedenis. Steven Van Havere van zijn kant stampte het project 'Underdog Rock' uit de grond : cd's die een overzicht gaven van wat toen leefde in Vlaanderen, al kreeg Brugge de hoofdmoot.
DE EENENTWINTIGSTE EEUW
In het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw ziet het rocklandschap in Brugge er heel anders uit. De stad krijgt er twee zalen bij : de Magdalenazaal op Sint-Andries en Het Entrepot op Sint-Jozef. Cactus, die in de Magdalenazaal huist, houdt zich vooral bezig met een internationale programmering. Zelden komen Brugse groepen aan bod. In Het Entrepot wordt de nadruk wél op de lokale muziekscene gelegd. Comma laat er, in samenwerking met PlanK, geregeld nieuwe groepjes optreden. Daarnaast groeit in Het Entrepot ook een dancescene met roots in de urban music, dankzij organisaties als Metaphora, Heads High, Cettavous. Brugse rappers als Ozi One en Meko D (van Members of Marvelas) breken door. Tweet krijgt enige naambekendheid met De Nihilsten en richt samen met Fallus en Moiek Crooked Facts op. Grazzhoppa (die reeds lang niet meer in Brugge woont) krijgt internationale erkenning en experimenteert met een dj bigband. In de trendy nachtkroeg L’aMaRaL komen geregeld eerste klasse dj’s draaien. Ook Bruggelingen. Veel dj’s bouwen een stevige reputatie op door hun eigenzinnige muziekkeuze en hun uitzonderlijke draaivaardigheid : Subuse, Six AM, Shorty, Cbloom & Dvine, Volume & Degrees, etc.
Bij het begin van het decennium ziet het ernaar uit dat Lemon en Spaceman Spiff de nieuwe revelaties zullen worden, maar enkele jaren later wordt het opvallend stil rond deze groepen. BabL schittert als funkentertainer, maar mist misschien dat tikkeltje originaliteit om door te breken. Ook in de elektronicasector zijn er Bruggelingen actief, al hebben de meesten de stad al verlaten : The Violent Husbands, Dijf Sanders, Tape Tum,… Flintology (die hier wél nog woont) brengt een ijzersterke cd uit. Dankzij de organisatie Eye Spy slagen enkele lokale hardcore- en punkgroepen erin om zeer populair te worden bij de jeugd : Flatcat en Morda scoren hierin het best.
In 2007 gaat het steeds beter met After All, maar Cowboys & Aliens split. Split Window wordt Skov, waarmee Noël Van Oyen zijn plaats in de Brugse rockgeschiedenis blijft bestendigen. De bluesgroepen The Alley Gators en The Chumps houden ermee op. Red Zebra wordt af en toe The John Lennon Rifle Club. Aan covergroepen geen gebrek : Jazzylipsy en Rhythm Deep doen gewoon verder, maar krijgen concurrentie van Cajun Moon, Crazy Chester, Com'N, Sam's Jam, King Harvest, Ana Da Lucia, Soul Spirit, Deepfreezer, 50Below, etc. Andere rock krijgen we van onder meer Colours, The Dead Poets, Sourside, Ozium, Les Hommes de Terre, The Underdog Experience e.v.a. Vooral Indigenous kan ons bekoren.
Over al de hierboven vermelde Brugse rockgroepen vindt u gedetailleerder informatie in het M.A.G. LEXICON VAN DE BRUGSE ROCK, dat werd samengesteld door Jon Misselyn en Philippe Lefief.
Basisnaslagwerk : 'Encyclopedie van de Brugse Rock & Pop', Uitkrant juni 1992, samengesteld door Jon Misselyn, foto's Jan Vernieuwe.
Met dank aan Noël Van Oyen en Antoine De Clerck.
Aanvullingen en foutmeldingen kunt u steeds mailen naar redactie@moonartgallery.be
|